Citaat | Rechtbank Amsterdam 25 april 2002
Alinea 29 Rechtbank Amsterdam 25 april 2002
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 25 april 2002, ECLI:NL:RBAMS:2002:AE1935.
4. Gedaagden hebben ter afwering van het gevorderde aangevoerd dat de zaak niet geschikt is voor een kort geding. Voorts beroepen zij zich op nietigheid van de dagvaarding, nu daarin iedere verwijzing naar Duits recht ontbreekt. Bovendien worden in de dagvaarding de bewijsmiddelen niet vermeld. Zij betwisten ook de spoedeisendheid. Volgens DB heeft zij reeds in 1996 geconstateerd dat informatie over het saboteren van het spoorwegnetwerk via internet beschikbaar was en, ondanks strafrechtelijke onderzoeken in 1997 in Duitsland, is de betreffende informatie via het internet beschikbaar gebleven. Het had derhalve op de weg van DB gelegen eerder actie te ondernemen. Voorts stellen gedaagden zich op het standpunt dat het gevorderde tegen gedaagde sub 1, XS4ALL Holding, reeds niet toewijsbaar is, nu de holdingmaatschappij geen internet service provider activiteiten verricht of kan verrichten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00e79f1339a2a9a9f39f8678b3a35a2e222092acc65470875fa84f37e1d86ff1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00e79f1339a2a9a9f39f8678b3a35a2e222092acc65470875fa84f37e1d86ff1, en de alinea staat in dat document op bytes 9308 tot 10221.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00e79f1339a2a9a9f39f8678b3a35a2e222092acc65470875fa84f37e1d86ff1 | shasum -a 256