Citaat | Rechtbank Amsterdam 25 april 2002
Alinea 37 Rechtbank Amsterdam 25 april 2002
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 25 april 2002, ECLI:NL:RBAMS:2002:AE1935.
De stelling van gedaagden dat het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden, omdat in de dagvaarding niet alle bewijsmiddelen worden vermeld, kan niet worden gevolgd. Gedaagden hebben hier kennelijk het oog op artikel 111 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Ingevolge artikel 120 lid 4 Rv is dit gebrek echter niet met nietigheid bedreigd. Bovendien zijn de bewijsrechtelijke regels in kort geding niet direct van toepassing en heeft DB voorts ter zitting gelegenheid gehad een en ander mondeling toe te lichten, waarop XS4ALL weer heeft kunnen reageren. Hoor en wederhoor heeft dan ook volop plaatsgevonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00e79f1339a2a9a9f39f8678b3a35a2e222092acc65470875fa84f37e1d86ff1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00e79f1339a2a9a9f39f8678b3a35a2e222092acc65470875fa84f37e1d86ff1, en de alinea staat in dat document op bytes 13211 tot 13851.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00e79f1339a2a9a9f39f8678b3a35a2e222092acc65470875fa84f37e1d86ff1 | shasum -a 256