Citaat | Rechtbank Amsterdam 12 september 2002
Alinea 18 Rechtbank Amsterdam 12 september 2002
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 12 september 2002, ECLI:NL:RBAMS:2002:AE7569.
Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt. Het opsporingsonderzoek in Nederland heeft een aanvang genomen met de door de Belgische autoriteiten verstrekte gegevens in het kader van spontane gegevensuitwisseling op basis van Richtlijn 77/799/EEG. Deze gegevens bestaan uit kopieën van microfiches waarop gegevens van Nederlandse houders van een rekening bij KB Lux staan vermeld. In beginsel is de Nederlandse rechter niet gehouden de rechtmatigheid van de verkrijging van die gegevens door de Belgische autoriteiten te onderzoeken. Deze mag er immers op vertrouwen dat een verdragsstaat zijn opsporingsbevoegdheden in overeenstemming met de verdedigingsrechten van het EVRM zal uitoefenen. Dit is slechts anders indien er sterke aanwijzingen zijn dat die verdragsnormen zijn geschonden en wel zodanig dat door een mogelijk gebrek in de rechtmatigheid van het opsporingsonderzoek verdachte is geschaad in een belang dat de geschonden norm beoogt te beschermen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/50cf4d6db3fe8e0285d5ad74f58aa8df539cacbfebd491591fb0d5d98995c45c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 50cf4d6db3fe8e0285d5ad74f58aa8df539cacbfebd491591fb0d5d98995c45c, en de alinea staat in dat document op bytes 6996 tot 7974.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/50cf4d6db3fe8e0285d5ad74f58aa8df539cacbfebd491591fb0d5d98995c45c | shasum -a 256