Citaat | Rechtbank Amsterdam 1 oktober 2002
Alinea 38 Rechtbank Amsterdam 1 oktober 2002
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 1 oktober 2002, ECLI:NL:RBAMS:2002:AE8239.
Vervolgens heeft mr. Koppe betoogd dat uitlevering ontoelaatbaar dient te worden verklaard wegens zowel een voltooide als een dreigende flagrante schending van artikel 6 EVRM (zie de punten 3.1. t/m 3.8. van de pleitnotities) met betrekking tot een "fair trial". De verdenking tegen de opgeëiste persoon is -vrijwel- geheel gebaseerd op de verklaring van een persoon die is gemarteld, waardoor zijn verklaring wegens strijd met artikel 6 EVRM niet voor het bewijs tegen de opgeëiste persoon kan worden toegelaten, aldus de verdediging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b78a7b38fb4f5e085bcda3cf292570ff5cc5483ebb614e06e92dfb27fc8cc25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b78a7b38fb4f5e085bcda3cf292570ff5cc5483ebb614e06e92dfb27fc8cc25, en de alinea staat in dat document op bytes 11106 tot 11656.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8b78a7b38fb4f5e085bcda3cf292570ff5cc5483ebb614e06e92dfb27fc8cc25 | shasum -a 256