Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 juli 2003
Alinea 33 Rechtbank Amsterdam 16 juli 2003
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 juli 2003, ECLI:NL:RBAMS:2003:AI0400.
d. Bij uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 november 1997 in het geding tussen [eiser] en de Pensioen en Uitkeringsraad heeft de Centrale Raad kort gezegd ge-oordeeld dat het doden van [slachtoffer] door [eiser] niet tot zijn verzet in de zin van artikel 1 eerste lid van de Wet Buitengewoon Pensioen 1940-1945 behoort, zodat het door [eiser] mede op die grond aangevraagde pensioen in zoverre terecht is geweigerd. Daarbij heeft de Centrale Raad overwogen dat voor het bestaan van een noodsituatie in objectieve zin, verband houdende met verzetsactiviteiten, geen gegevens aanwezig zijn die niet ten gronde berusten op opgaven van [eiser] zelf. Aan zijn oordeel heeft de Centrale Raad toege-voegd dat het feit dat de Grote Adviescommissie der Illegaliteit in januari 1946 de rehabilita-tie van [eiser] heeft uitgesproken niet tot een andere slotsom leidt, nu niet is kunnen blijken dat daaraan daadwerkelijk verificatie van feiten ten grondslag ligt en dat dit ook geldt voor de gratiëring van [eiser] in 1946.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8919001449f0ab0e246a41b2f18d16d7943bfac41716027081ab81e472fdfa1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8919001449f0ab0e246a41b2f18d16d7943bfac41716027081ab81e472fdfa1d, en de alinea staat in dat document op bytes 8020 tot 9056.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8919001449f0ab0e246a41b2f18d16d7943bfac41716027081ab81e472fdfa1d | shasum -a 256