Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 juli 2003
Alinea 68 Rechtbank Amsterdam 16 juli 2003
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 juli 2003, ECLI:NL:RBAMS:2003:AI0400.
11. Wat de door [gedaagde] in haar Open Brief ten tonele gevoerde zuster van [eiser], [betrokkene1], aangaat, overweegt de rechtbank het volgende. In de eerste plaats blijkt uit verkla-ringen vastgelegd in de in dit geding overgelegde delen van het strafdossier dat zij ten tijde van het ombrengen van [slachtoffer] door [eiser] in het betreffende pand aanwezig was en zich tegenover de op het geluid afgekomen buren inderdaad heeft uitgelaten in de door [gedaagde] vermelde zin. Daarmee is niet gezegd dat zij, [betrokkene1], zich destijds bewust was van hetgeen zich in werkelijkheid afspeelde in de kamer waar [eiser] en [slachtoffer] zich bevonden, maar dat op grond van die verklaringen redelijkerwijze de verdenking kan ontstaan terzake van medeplichtigheid (op de uitkijk staan), valt ook niet te ontkennen. [eiser] zelf heeft bovendien verklaard dat hij nog dezelfde avond kleren van [slachtoffer] ten huize van zijn zuster heeft verbrand. Vast staat dat [betrokkene1] ondanks een en ander niet als verdachte is vervolgd. Vast staat ook dat de rechercheur, die met het onderzoek was belast, Henk Sleijfer, op enig moment door de SD is aangehouden en in een concentratiekamp is beland, waaruit hij niet is teruggekomen. Uit een brief van de oud politieman Seket van 25 mei 1993 komt naar voren dat [betrokkene1] volgens geruchten die destijds in politiekringen de ronde deden een rela-tie had met [betrokkene2] en dat dit verband zou houden met de arrestatie van Sleijfer. In het beschikbare feitenmateriaal is dan ook voldoende basis te vinden voor hetgeen [gedaagde] in de Open Brief, wat de relatie met Lages betreft uitdrukkelijk onder de noemer publiek geheim en roddel, over [betrokkene1] heeft vermeld. Terecht stelt [gedaagde] dat niet valt in te zien waar-om zij in de context van haar kritiek op de presentatie door [eiser] van de doodslag op [slachtoffer] als verzetsdaad geen gebruik zou mogen maken van deze informatie, hoe onaange-naam ook. De aard van de publicatie in aanmerking genomen, acht de rechtbank ook deze passages daarom niet onrechtmatig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8919001449f0ab0e246a41b2f18d16d7943bfac41716027081ab81e472fdfa1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8919001449f0ab0e246a41b2f18d16d7943bfac41716027081ab81e472fdfa1d, en de alinea staat in dat document op bytes 36703 tot 38788.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8919001449f0ab0e246a41b2f18d16d7943bfac41716027081ab81e472fdfa1d | shasum -a 256