Citaat | Rechtbank Amsterdam 27 augustus 2003

Alinea 123 Rechtbank Amsterdam 27 augustus 2003

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 27 augustus 2003, ECLI:NL:RBAMS:2003:AI6105.

4.7 Voor de beoordeling van de vraag of sprake is van excessieve provisies of 'provisiejagen' is bepalend of de aard en de hoeveelheid van de verrichte transacties passen in het overeengekomen beleggingsprofiel. In bijlage 2 van de overeenkomst staat beschreven wat als aan- en verkoopsignalen heeft te gelden (zie hierboven onder 1.f), terwijl [eiser] niet heeft gesteld dat NNEK in strijd met deze signalen transacties heeft verricht. Aldus wist [eiser], althans behoorde hij te weten, dat veel beweging in de markt zou leiden tot hogere transactiekosten. [eiser] heeft de hoogte van de door NNEK in rekening gebrachte transactie- c.q. provisiekosten op zichzelf niet bestreden. Dat NNEK in totaal 7,36% van het door [eiser] ingebrachte vermogen aan provisie in rekening heeft gebracht, was inherent aan de door [eiser] gekozen beleggingsmethode. Rekening houdend met de keuze van [eiser] voor de meer risicovolle Premselaar-methode, is dit percentage naar het oordeel van de rechtbank, mede gezien de stelling van [eiser] dat 3% van het belegd vermogen een normaal bedrag aan provisie zou zijn bij een rustig beheer met een gematigd risico, niet excessief te noemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45afb63d0c0e0a86cc2fb2c347e794f13d589c6870349d46c5d9d6e120769c00. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45afb63d0c0e0a86cc2fb2c347e794f13d589c6870349d46c5d9d6e120769c00, en de alinea staat in dat document op bytes 44825 tot 46007.