Citaat | Rechtbank Amsterdam 24 februari 2004

Alinea 148 Rechtbank Amsterdam 24 februari 2004

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 24 februari 2004, ECLI:NL:RBAMS:2004:AO4863.

Tevens geldt als uitgangspunt dat op in een kasgeldvennootschap ingebrachte onlichamelijke goederen (verder: vermogensrechten) - ook indien deze direct of indirect verkregen zijn van een niet in Nederland gevestigde moedervennootschap die de vermogensrechten kort daarvoor heeft verworven - mag (zelfs moet) worden afgeschreven, indien die vermogensrechten in de onderneming worden gebruikt en de afschrijving strekt tot goedmaking van het verlies geleden door de vermindering van de bedrijfswaarde van die rechten tengevolge van het gebruik daarvan in de onderneming (verder de afschrijvingskosten; vgl. HR 2 januari 1958, nr. 13 379, BNB 1958/56). Met betrekking tot het gebruik van vermogensrechten in de onderneming wijst de rechtbank erop dat artikel 2, vijfde lid, van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 in dit verband inhoudt dat een kasgeldvennootschap met haar gehele vermogen wordt geacht een onderneming te drijven en dat gelet op de jurisprudentie vaststaat dat een dergelijke vennootschap op ingebrachte vermogensrechten, mits niet voor de omzet bestemd, mag afschrijven. Dit geldt ook indien als gevolg van de afschrijvingskosten de (positieve) winst, zoals die ten tijde van de aandelentransactie bestond, omslaat in een verlies en de materiële Vpb-schuld aldus vrijvalt (vgl. HR 29 januari 1997, nr. 31 847, BNB 1997/89).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bc7b3bb70c04ccfa3699debe81debc4e8678d2be009b62dba7987f46525e7a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bc7b3bb70c04ccfa3699debe81debc4e8678d2be009b62dba7987f46525e7a0, en de alinea staat in dat document op bytes 44002 tot 45360.