Citaat | Rechtbank Amsterdam 24 februari 2004

Alinea 178 Rechtbank Amsterdam 24 februari 2004

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 24 februari 2004, ECLI:NL:RBAMS:2004:AO4863.

Waar het feit 2 aangaat is de officier van justitie van oordeel dat ook dit feit in zijn primaire vorm bewezen is. Verdachte is daarbij als medepleger aan te wijzen nu de door verdachte(n) gevolgde constructie vanaf het begin een malafide karakter droeg, en het ook voor verdachte kenbaar was dat de koop/verkoop van de vennootschappen en de inbreng van rechten geen ander doel had dan te zorgen dat uiteindelijk geen Vpb werd afgedragen. Dat (voorwaardelijk) opzet van verdachte(n) blijkt ook uit het feit dat het geld dat gestort werd ten behoeve van een (latente) Vpb-schuld direct na de closing werd verdeeld en naar buitenlandse rekeningen werd overgeboekt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bc7b3bb70c04ccfa3699debe81debc4e8678d2be009b62dba7987f46525e7a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bc7b3bb70c04ccfa3699debe81debc4e8678d2be009b62dba7987f46525e7a0, en de alinea staat in dat document op bytes 52437 tot 53112.