Citaat | Rechtbank Amsterdam 24 februari 2004
Alinea 202 Rechtbank Amsterdam 24 februari 2004
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 24 februari 2004, ECLI:NL:RBAMS:2004:AO4863.
Naar het oordeel van de rechtbank zijn niet alleen deze factoren bepalend voor de strafmaat, maar dient ook nog het navolgende een rol te spelen. De op te leggen straf dient uitdrukking te geven aan de afkeuring die moet gelden voor omvangrijke frauduleuze handelingen, uitgevoerd door personen als verdachte, die in maatschappelijk aanzien staan en functies bekleden als die van belastingadviseur. Verdachte heeft door zijn handelen het aanzien van de beroepsgroep waartoe hij behoorde, geschaad. Verdachte kan worden verweten dat hij het vertrouwen dat de fiscus in het algemeen moet kunnen stellen in de juistheid van belastingaangiften - die immers een snelle en effectieve verwerking van aangiften mede mogelijk maakt - in ernstige mate heeft geschonden. Daarnaast heeft verdachte door zijn handelen het vertrouwen dat de fiscus, gelet op de jarenlange samenwerking, in hem mocht hebben, op uiterst laakbare wijze beschaamd. Anderzijds houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld en met de aan zijn reputatie toegebrachte schade. De hierna op te leggen straf vloeit daarmee voort uit de verdachte verweten gedragingen en wordt passend en geboden geacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bc7b3bb70c04ccfa3699debe81debc4e8678d2be009b62dba7987f46525e7a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bc7b3bb70c04ccfa3699debe81debc4e8678d2be009b62dba7987f46525e7a0, en de alinea staat in dat document op bytes 59903 tot 61112.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bc7b3bb70c04ccfa3699debe81debc4e8678d2be009b62dba7987f46525e7a0 | shasum -a 256