Citaat | Rechtbank Amsterdam 24 februari 2004
Alinea 79 Rechtbank Amsterdam 24 februari 2004
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 24 februari 2004, ECLI:NL:RBAMS:2004:AO4863.
Uit de door de verdediging van [verdachte] overgelegde brief van [advocaat van verdachte] aan de rc van 4 september 2001 blijkt dat hij vóór het zevende verhoor, dat geagendeerd was voor 6 september 2001, door de officier van justitie geïnformeerd is over het feit dat er ook een verdenking bestond terzake van onjuiste aangiften IB en dat tijdens het komende verhoor [verdachte] ook daarover vragen gesteld zouden worden. [advocaat van verdachte] was voorts bij genoemd verhoor aanwezig.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bc7b3bb70c04ccfa3699debe81debc4e8678d2be009b62dba7987f46525e7a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bc7b3bb70c04ccfa3699debe81debc4e8678d2be009b62dba7987f46525e7a0, en de alinea staat in dat document op bytes 25673 tot 26178.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4bc7b3bb70c04ccfa3699debe81debc4e8678d2be009b62dba7987f46525e7a0 | shasum -a 256