Citaat | Rechtbank Amsterdam 24 februari 2004

Alinea 80 Rechtbank Amsterdam 24 februari 2004

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 24 februari 2004, ECLI:NL:RBAMS:2004:AO4863.

Mr [zaaksofficier] heeft - onder meer in zijn brief aan [advocaat van verdachte] van 25 april 2002 - uiteengezet waarom hij het tegen [verdachte] lopende GVO op 22 maart 2002 heeft uitgebreid met de verdenking van onjuiste IB aangiften en waarom hij dat niet eerder heeft gedaan. De rechtbank acht die verklaring aanvaardbaar. Daarnaast meent de rechtbank dat uit artikel 182 Sv in samenhang met artikel 6 lid 3 sub a EVRM niet volgt dat de nadere vordering GVO te laat zou zijn gedaan, zodanig dat daaraan strafrechtelijke consequenties verbonden zouden moeten worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bc7b3bb70c04ccfa3699debe81debc4e8678d2be009b62dba7987f46525e7a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bc7b3bb70c04ccfa3699debe81debc4e8678d2be009b62dba7987f46525e7a0, en de alinea staat in dat document op bytes 26186 tot 26768.