Citaat | Rechtbank Amsterdam 7 juli 2004

Alinea 232 Rechtbank Amsterdam 7 juli 2004

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 7 juli 2004, ECLI:NL:RBAMS:2004:AP8458.

5.2.2 Voorzover Dexia zich op het standpunt stelt dat de ontvankelijkheid van de eerste vordering tot verklaring voor recht (2.1 II) nog afstuit op het onderling verband met de in geen geval toewijsbare verklaring voor recht omtrent de lijnen van de berekening van schadevergoeding (conclusie van antwoord onder 28), wordt zij daarin niet gevolgd. Zonder toelichting – die ontbreekt – is, in aanmerking genomen hetgeen hiervoor is overwogen omtrent de ontvankelijkheid van eerstgenoemde vordering, niet in te zien dat Leaseverlies en de Consumentenbond geen zelfstandig belang zouden hebben bij beoordeling van de toewijsbaarheid van eerstgenoemde verklaring voor recht. De beoordeling van eerstgenoemde vordering is immers niet onlosmakelijk verbonden met de beoordeling van de in geen geval toewijsbare verklaring voor recht omtrent de berekening van schadevergoeding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39033405760f68bcd988816d8b163dcd87b1e464dd477483f19ce08ce4c3d84d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39033405760f68bcd988816d8b163dcd87b1e464dd477483f19ce08ce4c3d84d, en de alinea staat in dat document op bytes 58741 tot 59629.