Citaat | Rechtbank Amsterdam 9 februari 2005
Alinea 96 Rechtbank Amsterdam 9 februari 2005
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 9 februari 2005, ECLI:NL:RBAMS:2005:AS5806.
25. De Tros wijst er ten eerste op dat de uitlatingen van prof. dr. van Steenwijk beschouwd dienen te worden als de mening van een bron, die de Tros zich niet eigen heeft ge-maakt. Voorts betwist de Tros dat de mening van prof. dr. Van Steenwijk onjuist zou zijn. Het staat Van Steenwijk, aldus de Tros, vrij als deskundige op het gebied van magnetisme zijn mening te uiten zoals hij in de uitzending heeft gedaan. Vervolgens verbindt de presentatrice een conclusie aan hetgeen Van Steenwijk heeft gezegd. San-tanera heeft in de uitzending de gelegenheid gekregen zich te verweren tegen deze ui-ting, hetgeen hij heeft gedaan. Volgens [eiser] impliceert het feit, dat er nog nooit bewijs voor zijn stelling is gevonden, niet dat er geen verband is. De Tros wijst erop dat op grond van artikel 6:195 van het Burgerlijk Wetboek de bewijslast terzake van de in de reclame gedane uitingen over de BioStabil bij [eiser] ligt, welk bewijs hij volgens de Tros niet heeft geleverd. Voorts staat het een neuroloog vrij vanuit zijn ex-pertise het oneens te zijn met de uitingen van [eiser], aldus steeds de Tros.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfb87d96fd57c17d4b70b3ba846809da02921bcdf13fe3a4d9eb935f0d397fcf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfb87d96fd57c17d4b70b3ba846809da02921bcdf13fe3a4d9eb935f0d397fcf, en de alinea staat in dat document op bytes 30102 tot 31218.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfb87d96fd57c17d4b70b3ba846809da02921bcdf13fe3a4d9eb935f0d397fcf | shasum -a 256