Citaat | Rechtbank Amsterdam 17 mei 2006
Alinea 63 Rechtbank Amsterdam 17 mei 2006
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 17 mei 2006, ECLI:NL:RBAMS:2006:AX6258.
Eén van de categorieën waarin volgens verweerder kan worden volstaan met een ‘G’ betreft het geval waarin de combinatie van de mate en het tijdsaspect (frequentie of duur) op de FML en in de functie zodanig is dat het zonder nadere toelichting voor een ieder redelijkerwijs duidelijk zal zijn dat de belasting de functie niet ongeschikt maakt. Op zichzelf acht de rechtbank een dergelijke benadering aanvaardbaar. Deze benadering sluit ook aan bij rechtspraak van de CRvB met betrekking tot het FIS, waarin werd aanvaard dat de belastbaarheid wordt aangegeven als een combinatie van een wisselende belastingfrequentie in relatie tot een wisselende intensiteit van belasting, waarbij de belastbaarheid per aspect een zekere bandbreedte kent en een bepaalde belasting van een functie als passend kan worden beschouwd als deze bestaat uit een lagere frequentie met hogere intensiteit en vice versa (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 18 juni 2002, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, onder LJ-Nummer AF1657 en in RSV 2003/253). Daarbij is naar het oordeel van de rechtbank echter wel vereist dat zowel de mate als het tijdsaspect (frequentie of duur) in de FML worden vermeld ofwel op andere wijze kenbaar zijn, omdat het anders onmogelijk is om te beoordelen of de combinatie van de mate en het tijdsaspect zodanig is dat de functie duidelijk geschikt is. In het aangepaste CBBS ontbreekt echter in veel gevallen een vermelding van de mate of het tijdsaspect. Zo wordt in voorkomende gevallen bijvoorbeeld in de FML bij het aspect “Reiken” aangegeven “Normaal, kan met gestrekte arm reiken”. Blijkens verweerders toelichting ter zitting wordt bij dit aspect uitgegaan van een normale reikwijdte van 70 cm voor mannen en 60 cm voor vrouwen, inclusief een frequentie van 5 keer per minuut. Een dergelijke reikafstand en frequentie blijkt echter niet uit de FML en is in beginsel ook niet kenbaar voor anderen dan verweerder. In het door verweerder zelf vermelde en hiervoor onder 2.8.2 weergegeven voorbeeld van het aspect “Trappenlopen” wordt gesteld dat het voor een ieder duidelijk zal zijn dat uitgaande van de normaalwaarde “Kan tenminste in één keer twee trappen op en af”, inclusief een frequentie van ongeveer 5 keer per uur, een functie waarin 6 keer per uur een korte trap (5 treden) op en af wordt gelopen geschikt is. Daarbij maakt verweerder echter melding van een frequentie van 5 keer per uur die niet in de FML staat en ook in dit geval voor anderen dan verweerder niet kenbaar is. De rechtbank concludeert dan ook dat bij gebreke van vermelding in de FML van alle relevante gegevens over de mate èn het tijdsaspect (frequentie of duur) niet steeds voor een ieder duidelijk zal zijn dat de functie geschikt is, zodat verweerder in deze categorie van gevallen niet zonder meer kan volstaan met een ‘G’. Verder merkt de rechtbank nog op dat genoemde gegevens wel kenbaar zijn uit de zogenoemde Gebruikershandleiding CBBS, maar deze handleiding is niet gepubliceerd, over het algemeen niet beschikbaar voor betrokken verzekerden en overigens ook van dien aard en omvang dat van verzekerden redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat zij aan de hand daarvan nagaan of een functie geschikt is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01b8a1a8f6388f4388769d11403a8d1ca9ef7af55410c4523baa432b4fc3c6e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01b8a1a8f6388f4388769d11403a8d1ca9ef7af55410c4523baa432b4fc3c6e1, en de alinea staat in dat document op bytes 31691 tot 34946.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01b8a1a8f6388f4388769d11403a8d1ca9ef7af55410c4523baa432b4fc3c6e1 | shasum -a 256