Citaat | Rechtbank Amsterdam 9 november 2006

Alinea 16 Rechtbank Amsterdam 9 november 2006

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 9 november 2006, ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ4372.

Verdachte heeft -als preliminair verweer- een beroep gedaan op de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 eerste lid van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), alsook artikel 14 van het Internationale Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (BUPO). De officier van justitie heeft hiertegen als verweer aangevoerd dat de overschrijding van de redelijke termijn niet tot niet-ontvankelijkheid moet leiden, maar tot uitdrukking moet komen in een op te leggen straf.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffeb3cf0a3c8a2c471940d982860f532790e56852b98dcb94a5aebbf35bac545. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffeb3cf0a3c8a2c471940d982860f532790e56852b98dcb94a5aebbf35bac545, en de alinea staat in dat document op bytes 4990 tot 5638.