Citaat | Rechtbank Amsterdam 9 november 2006

Alinea 19 Rechtbank Amsterdam 9 november 2006

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 9 november 2006, ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ4372.

Zoals bepaald in het arrest van de Hoge Raad van 3 oktober 2000, NJ 2000/721, beoogt het voorschrift van artikel 6, eerste lid, EVRM inzake de behandeling van een strafzaak binnen een redelijke termijn, te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een (verdere) strafvervolging zou moeten leven. Slechts in uitzonderlijke situaties dient een overschrijding van de redelijke termijn te leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in zijn strafvervolging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffeb3cf0a3c8a2c471940d982860f532790e56852b98dcb94a5aebbf35bac545. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffeb3cf0a3c8a2c471940d982860f532790e56852b98dcb94a5aebbf35bac545, en de alinea staat in dat document op bytes 6015 tot 6532.