Citaat | Rechtbank Amsterdam 20 december 2006

Alinea 58 Rechtbank Amsterdam 20 december 2006

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 20 december 2006, ECLI:NL:RBAMS:2006:AZ6721.

De rechtbank is van oordeel dat er geen goede gronden zijn om aan te nemen dat de uitbreiding van het aantal aansprakelijke personen zoals de Staat die voorstaat zou moeten voortvloeien uit artikel 19 lid 3 Gdw. De rechtbank overweegt daarbij allereerst dat artikel 19 Gdw later tot stand is gekomen dan artikel 480 Rv en het zonder toelichting van de wetgever, die op dit punt ontbreekt, niet voor de hand ligt dat een ouder wetsartikel geïnterpreteerd moet worden op basis van een meer recent wetsartikel. Dat artikel 480 Rv en artikel 19 Gdw dezelfde ratio zouden hebben – te weten de bescherming van de belanghebbenden bij gelden die bij de deurwaarder berusten – is onvoldoende om tot uitbreiding van de aansprakelijkheid te concluderen. Het argument dat de Staat ingevolge artikel 480 lid 3 Rv hoofdelijk verbonden is met de deurwaarder die de rechthebbenden ook hadden kunnen aanspreken is in zijn algemeenheid onjuist. De Staat is ingevolge artikel 480 lid 3 Rv hoofdelijk verbonden met de executerend deurwaarder. De rechthebbenden zouden A mogelijk kunnen aanspreken op grond van artikel 19 Gdw maar dit leidt niet tot een regresrecht voor de Staat op A op grond van artikel 480 Rv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/68ee3c5493dd3b01b4ca99aca62bef876a1f821e350c8d077163fd46a97aea62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 68ee3c5493dd3b01b4ca99aca62bef876a1f821e350c8d077163fd46a97aea62, en de alinea staat in dat document op bytes 14481 tot 15694.