Citaat | Rechtbank Amsterdam 22 februari 2007
Alinea 18 Rechtbank Amsterdam 22 februari 2007
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 22 februari 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA0795.
Het in artikel 167, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering neergelegde opportuniteitsbeginsel houdt in dat het openbaar ministerie, op grond van zijn eigen verantwoordelijkheid, met betrekking tot het al dan niet strafrechtelijk vervolgen van verdachten al de in het geding zijnde belangen kan afwegen. Deze belangenafweging staat, in geval van vervolging, in het algemeen niet ter beoordeling van de rechter. Slechts indien het openbaar ministerie in redelijkheid niet tot vervolging had kunnen besluiten, of wanneer anderszins sprake is van schending van enig beginsel van behoorlijke procesorde, kan het recht tot strafvervolging vervallen worden verklaard. Nu naar het oordeel van de rechtbank op grond van de stukken en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen van enige schending van deze beginselen niet is gebleken en ook overigens geen andere feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zouden moeten leiden tot het niet-ontvankelijk verklaren van het openbaar ministerie, is het openbaar-ministerie ontvankelijk in de vervolging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2fe0cadc3402d10fb41d7256db19ea0140446431811afdeb1a9b8d14efa4d5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2fe0cadc3402d10fb41d7256db19ea0140446431811afdeb1a9b8d14efa4d5b, en de alinea staat in dat document op bytes 6305 tot 7384.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2fe0cadc3402d10fb41d7256db19ea0140446431811afdeb1a9b8d14efa4d5b | shasum -a 256