Citaat | Rechtbank Amsterdam 22 februari 2007

Alinea 41 Rechtbank Amsterdam 22 februari 2007

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 22 februari 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA0795.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het slachtoffer eerder heeft bedreigd en dat verdachte ten tijde van de onderhavige feiten wetenschap droeg van het vrees opwekkende karakter van die eerdere bedreiging, zoals verdachte ter terechtzitting heeft verklaard. Dat verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar is verklaard met betrekking tot die eerder gepleegde bedreiging, doet aan deze vaststelling niet af. Verdachte was ten tijde van de tweede bedreiging – zoals volgt uit hetgeen onder 6 is overwogen – wel volledig toerekeningsvatbaar – en heeft zich zodoende welbewust voor de tweede maal tot het slachtoffer gericht met een tekst die in zijn algemeenheid voor bedreiging is geschikt. Gelet hierop oordeelt de rechtbank dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de door hem op het internet geplaatste tekst bij het slachtoffer de redelijke vrees dat hij het leven zou kunnen verliezen, teweeg zou brengen en acht opzet, in de zin van voorwaardelijk opzet, dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2fe0cadc3402d10fb41d7256db19ea0140446431811afdeb1a9b8d14efa4d5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2fe0cadc3402d10fb41d7256db19ea0140446431811afdeb1a9b8d14efa4d5b, en de alinea staat in dat document op bytes 12025 tot 13072.