Citaat | Rechtbank Amsterdam 22 februari 2007

Alinea 55 Rechtbank Amsterdam 22 februari 2007

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 22 februari 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA0795.

Het staat eenieder in beginsel vrij uiting te geven aan zijn of haar eigen politieke opvattingen, voorzover de grenzen die aan deze vrijheid worden gesteld in de wet niet worden overschreden. Zo ook kan deze vrijheid worden beperkt indien dit noodzakelijk is in het licht van een democratische samenleving. Verdachte heeft ter terechtzitting uitvoerig betoogd dat hij door middel van zijn op het internet geplaatste teksten uiting trachtte te geven aan zijn kritiek op de oorlog en het geweld in Irak en met name de betrokkenheid van Nederland hierbij aan de zijde van de door verdachte aangeduide “coalitie van de gewilligen” en tevens trachtte de minister-president te doordringen van de wraakgevoelens die jegens hem leven in de samenleving. Dit doel kan echter nimmer rechtvaardigen dat gelijktijdig diezelfde persoon wordt bedreigd en tevens tegen het openbaar gezag wordt opgeruid. Gelet op het hiervoor overwogene acht de rechtbank het bestaan van een rechtvaardigingsgrond niet aannemelijk geworden. Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2fe0cadc3402d10fb41d7256db19ea0140446431811afdeb1a9b8d14efa4d5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2fe0cadc3402d10fb41d7256db19ea0140446431811afdeb1a9b8d14efa4d5b, en de alinea staat in dat document op bytes 16941 tot 18020.