Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 februari 2007
Alinea 39 Rechtbank Amsterdam 15 februari 2007
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 februari 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA1503.
De rechter overweegt dat uit de gedingstukken en met name uit de diverse adviezen van Argonaut en CIZ niet blijkt wat de therapie die verzoekster volgens verweerder zou moeten volgen inhoudt. Evenmin komt naar voren in hoeverre de adviserend artsen informatie hebben verkregen van de behandelend artsen of van het instituut dat de behandeling zou gaan uitvoeren. Evenmin is helder op welke wijze deze eventueel verkregen informatie in de adviezen is verwerkt. Zo is de rechter niet duidelijk op grond waarvan de mededeling van verzoeksters behandelend arts, alsmede – naar verzoekster heeft gesteld – het Jan van Breemeninstituut, dat een therapie geen verbetering in haar mobiliteit kan brengen, door de adviserend arts wordt ontkend. De enkele stelling dat het nut van zo’n therapie wetenschappelijk is bewezen, is gemotiveerd bestreden door verzoeksters behandelend arts.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1bda218178871fe6e088061d5f9fded7e99cfe9b3ab38dd652f6a29f62194dbc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1bda218178871fe6e088061d5f9fded7e99cfe9b3ab38dd652f6a29f62194dbc, en de alinea staat in dat document op bytes 14749 tot 15642.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1bda218178871fe6e088061d5f9fded7e99cfe9b3ab38dd652f6a29f62194dbc | shasum -a 256