Citaat | Rechtbank Amsterdam 14 maart 2007

Alinea 56 Rechtbank Amsterdam 14 maart 2007

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 14 maart 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA3124.

4.1 Solsuni beroept zich in de eerste plaats op artikel 6:233, onder a BW en de reflexwerking van, naar de rechtbank begrijpt, artikel 6:237 BW. Solsuni is van mening dat het beding voor haar onredelijk bezwarend en daarmee vernietigbaar is. Dat betoog faalt. Solsuni heeft niet weersproken dat zij een grote ondernemer in de zin van artikel 6:235 BW is. Daarmee is vast komen te staan dat zij, zelfs als het beding tot de algemene voorwaarden behoort, geen beroep op de vernietigingsgrond van artikel 6:233 BW al dan niet in verbinding met artikel 6:237 BW kan doen. Of het beding behoort tot algemene voorwaarden kan dus in het midden blijven. Vast staat in ieder geval dat het beding onderdeel is van hetgeen partijen met elkaar zijn overeengekomen. Met partijen is de rechtbank van oordeel dat het beding geen boetebeding is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e38c6d40665a28c538caca30fa943b9e0b4e60ab72c279263b870283015c06db. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e38c6d40665a28c538caca30fa943b9e0b4e60ab72c279263b870283015c06db, en de alinea staat in dat document op bytes 10885 tot 11728.