Citaat | Rechtbank Amsterdam 14 maart 2007

Alinea 62 Rechtbank Amsterdam 14 maart 2007

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 14 maart 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA3124.

4.7 Voor zover Solsuni heeft willen betogen dat partijen in afwijking van dit wettelijke uitgangspunt zijn overeengekomen dat Access dient aan te tonen welke buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt en dat deze redelijk zijn, gaat de rechtbank hieraan voorbij. Access heeft onweersproken gesteld dat partijen met het opnemen van een percentage van 15 % van de uitstaande hoofdsom in de overeenkomst tot uitdrukking hebben gebracht welk minimumbedrag aan buitengerechtelijke kosten zij redelijk achtten. Deze uitleg ligt ook voor hand. Hoewel de bewoordingen van een overeenkomst naar vaste jurisprudentie niet doorslaggevend zijn bij beantwoording van de vraag wat partijen zijn overeengekomen, stelt Solsuni niet dat en waarom zij er van uit mocht gaan dat partijen met het beding iets anders hebben afgesproken. Er bestond voor Access dus geen contractuele verplichting om aan te tonen dat de buitengerechtelijke kosten redelijk zijn en dat de verrichte werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk waren om betaling van de facturen te verkrijgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e38c6d40665a28c538caca30fa943b9e0b4e60ab72c279263b870283015c06db. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e38c6d40665a28c538caca30fa943b9e0b4e60ab72c279263b870283015c06db, en de alinea staat in dat document op bytes 15760 tot 16818.