Citaat | Rechtbank Amsterdam 14 februari 2007

Alinea 28 Rechtbank Amsterdam 14 februari 2007

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 14 februari 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA3280.

In geval van een duuraanspraak is het aangewezen een onderscheid te maken tussen het verleden en de toekomst. Wat betreft de periode voorafgaand aan het verzoek om terug te komen, dient de bestuursrechter zich in beginsel te beperken tot de vraag of sprake is van nieuw gebleken feiten of omstandigheden en zo ja, of het bestuursorgaan daarin aanleiding had behoren te vinden om het oorspronkelijke besluit te herzien. Wat betreft de periode daarna, moet een minder terughoudende toets worden gehanteerd. Om die reden zal het in beginsel bij een duuraanspraak in de regel niet met een evenwichtige en zorgvuldige belangenafweging verenigbaar zijn dat een besluit waarbij ten onrechte geen of een te lage aanspraak is toegekend blijvend aan betrokkene wordt tegengeworpen. Eerbiediging van de rechtszekerheid waarop immers ook het bestuursorgaan aanspraak kan maken is voor de toekomst van minder belang dan voor het verleden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1ae88a9acafd2d8782309c7b5bfb4a22b840c751aa501bcb4a1e0be93a4da24. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1ae88a9acafd2d8782309c7b5bfb4a22b840c751aa501bcb4a1e0be93a4da24, en de alinea staat in dat document op bytes 9946 tot 10885.