Citaat | Rechtbank Amsterdam 25 april 2007

Alinea 56 Rechtbank Amsterdam 25 april 2007

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 25 april 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA3691.

5.2. Het betoog van [gedaagde] dat in dit geval de ernst van de misstand die hij door zijn uitingen aan de kaak beoogt te stellen -namelijk dat als gevolg van een volgens [gedaagde] onzorgvuldig opsporingsonderzoek en onzorgvuldige strafrechtelijke vervolging een onschuldige burger al ruim zes-en-een-half jaar vast zit als moordenaar van [slachtoffer]- zwaarder dient te wegen dan het recht van [eiser 1] op bescherming van zijn goede naam, faalt. De argumenten van [gedaagde] om zijn standpunt te onderbouwen kunnen ook met kracht naar voren worden gebracht zonder [eiser 1] als absolute schuldige aan te wijzen, zonder enige vorm van nuance en zonder enige reserve. Evenals de kortgedingrechter heeft overwogen is de rechtbank van oordeel dat indien er aanwijzingen bestaan dat een andere persoon dan degene die onherroepelijk is veroordeeld, als dader moet worden aangemerkt deze aanwijzingen ter kennis van de politie of het openbaar ministerie dienen te worden gebracht. Immers, zolang iemand niet door een rechter is veroordeeld, dient hij niet publiekelijk als moordenaar te worden bestempeld. Voor zover het eventueel falen van het openbaar ministerie aan de orde wordt gesteld is dat iets wat als ernstige misstand kan worden aangemerkt waaraan ruchtbaarheid mag worden gegeven. In dat verband gaat het bij herhaling en op indringende wijze in het openbaar aanwijzen van een ander, in dit geval [eiser 1], als de dader echter te ver.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d4f4086032878657b8b8a109b24bb4ce26b3433907d2a68717da329ebb88938. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d4f4086032878657b8b8a109b24bb4ce26b3433907d2a68717da329ebb88938, en de alinea staat in dat document op bytes 16730 tot 18190.