Citaat | Rechtbank Amsterdam 25 april 2007
Alinea 57 Rechtbank Amsterdam 25 april 2007
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 25 april 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA3691.
5.3. Evenals de kortgedingrechter heeft overwogen, is de rechtbank van oordeel dat het doorgaan met het uiten van beschuldigingen jegens [eiser 1] bij de huidige stand van zaken niets wezenlijks meer zal toevoegen aan het door [gedaagde] gestelde doel. Inmiddels heeft -mede door de inspanningen van [gedaagde]- een oriënterend vooronderzoek plaatsgevonden, is bij de Hoge Raad een herzieningsverzoek aanhangig gemaakt ten aanzien van de veroordeling van [veroordeelde] en is het graf van [slachtoffer] geopend. Indien [gedaagde] nieuwe feiten of omstandigheden, die wijzen in de richting van [eiser 1] als dader en die van belang zijn voor de (verdere) behandeling van het herzieningsverzoek door de Hoge Raad, bekend worden, staat het [gedaagde] vrij om hierover contact op te nemen met het openbaar ministerie of met de advocaat van [veroordeelde] Het zoeken van publiciteit voegt dan niets meer toe.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d4f4086032878657b8b8a109b24bb4ce26b3433907d2a68717da329ebb88938. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d4f4086032878657b8b8a109b24bb4ce26b3433907d2a68717da329ebb88938, en de alinea staat in dat document op bytes 18210 tot 19128.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d4f4086032878657b8b8a109b24bb4ce26b3433907d2a68717da329ebb88938 | shasum -a 256