Citaat | Rechtbank Amsterdam 27 april 2007

Alinea 88 Rechtbank Amsterdam 27 april 2007

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 27 april 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA3914.

7.3. Ten aanzien van de aflossing van de geleende hoofdsom van de effecten gaat het om twee soorten overeenkomsten. Bij de ene soort neemt de afnemer op zich de geldlening eveneens met maandelijkse betalingen af te lossen, bij de andere soort behoefde hij de hoofdsom pas aan het eind van de looptijd af te lossen. De eerste soort wordt aangeduid als "aflossingsproduct", omdat daarbij de hoofdsom bij de overeengekomen uitvoering aan het einde van de looptijd geheel is afgelost met de maandelijkse betalingen. De andere soort wordt aangeduid als "restschuld-product", omdat de hoofdsom (ook bij uitvoering conform de overeenkomst) aan het eind van de looptijd niet is afgelost (met de maandelijkse betalingen), maar alsnog moet worden afgelost. Die aflossing geschiedt, voor zover mogelijk, uit de opbrengst van de te verkopen effecten. Het risico bestaat dat die opbrengst niet toereikend is. In dat geval blijft een restant hoofdsom bestaan, die de afnemer op andere wijze moet voldoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/853c10fe80fa596b50923b5959dcfd5f1436e4a15608e32e0576470f55ca32de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 853c10fe80fa596b50923b5959dcfd5f1436e4a15608e32e0576470f55ca32de, en de alinea staat in dat document op bytes 22345 tot 23348.