Citaat | Rechtbank Amsterdam 21 februari 2007
Alinea 56 Rechtbank Amsterdam 21 februari 2007
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 21 februari 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA4506.
2.10. Evenmin staat aan de toepassing van artikel 12 Rv in de weg dat IFF B.V. niet betrokken is bij de procedure in de VS. IFF c.s. heeft immers ter gelegenheid van het pleidooi onbestreden gesteld dat in de procedure in de VS door IFF inc. ook de schade wordt gevorderd die IFF B.V. ten gevolge van de levering van het doorstraalde uienpoeder heeft geleden. De belangen van IFF Inc. (in de procedure in de VS) en IFF c.s. zijn dan ook identiek en onlosmakelijk verbonden. Bij die stand van zaken kan de enkele omstandigheid dat A, naast IFF inc. en B, óók IFF B.V. heeft gedagvaard, niet meebrengen dat aan IFF c.s. een beroep op de exceptie van litispendentie moet worden ontzegd. Het verweer faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0faebcef7093fd9ac0d8d14ea03b729fd204178a0ca5dd48fc7ce1adc7448b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0faebcef7093fd9ac0d8d14ea03b729fd204178a0ca5dd48fc7ce1adc7448b1, en de alinea staat in dat document op bytes 13417 tot 14143.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d0faebcef7093fd9ac0d8d14ea03b729fd204178a0ca5dd48fc7ce1adc7448b1 | shasum -a 256