Citaat | Rechtbank Amsterdam 2 mei 2007

Alinea 27 Rechtbank Amsterdam 2 mei 2007

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 2 mei 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA5586.

1. Bij tussenvonnis is aan ABN AMRO opgedragen te bewijzen dat zij B gewezen heeft op het risico dat hij met name in periode 3 (1 maart 2000 tot 26 maart 2003) liep om met een steeds grotere schuld achter te blijven (4.2.3) en dat zij B heeft geadviseerd meer spreiding in zijn aandelenportefeuille aan te brengen en voorts dat zij – eveneens met name in periode 3 – B heeft ontraden zijn belang in KPN en/of andere ICT-aandelen verder uit te breiden (4.2.4.). In het tussenvonnis is reeds overwogen dat ABN AMRO in de periodes 1 en 2 (respectievelijk van 20 juli 1999 tot 11 januari 2000 en van 11 januari 2000 tot 29 februari 2000) door middel van haar beleggingsadvies van 21 juli 1999 heeft voldaan aan haar zorgplicht om B in het algemeen te wijzen op de risico’s van onvoldoende spreiding. Voor periode 3 en met name in de periode tot de gedwongen liquidatie van de portefeuille op 20 maart 2001, was dat echter niet afdoende. Een beleggingsadvies vooraf is niet hetzelfde als een uitdrukkelijke waarschu-wing in een situatie dat reeds belegd is en nog wordt, in strijd met dat advies en met een aan-zienlijke schuldpositie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56ba1d4a9c34133b777ebee28dd3c6a01984f66a50618fbdd78766cc4f6fa043. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56ba1d4a9c34133b777ebee28dd3c6a01984f66a50618fbdd78766cc4f6fa043, en de alinea staat in dat document op bytes 6892 tot 8042.