Citaat | Rechtbank Amsterdam 16 mei 2007

Alinea 44 Rechtbank Amsterdam 16 mei 2007

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 16 mei 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA5593.

5.1. Als uitgangspunt dient te gelden dat de vordering van A is verjaard nu de gestelde blootstelling aan asbeststof door Hertel in ieder geval in 1967 is beëindigd en sedertdien 30 jaar zijn verstreken. In het arrest van 28 april 2000 (NJ 2000, 430) inzake E/F heeft de Hoge Raad evenwel geoordeeld dat op grond van artikel 6:2 lid 2 BW de verjaringstermijn in bepaalde gevallen buiten toepassing zou kunnen blijven. Gelet op de belangen die deze regel beoogt te dienen, waaronder in het bijzonder het belang van de rechtszekerheid, zal echter van onaanvaardbaarheid als in die bepaling bedoeld slechts in uitzonderlijke gevallen sprake kunnen zijn, zoals wanneer de schade in die zin naar haar aard verborgen is gebleven dat zij daadwerkelijk is ontstaan en dus ook pas kon worden geconstateerd nadat de verjaringstermijn reeds was verstreken. Of in dergelijke gevallen de toepassing van de dertigjarige verjaringstermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, zal met inachtneming van alle omstandigheden van het concrete geval moeten worden beoordeeld. Als door de rechter mee te wegen omstandigheden heeft de Hoge Raad in het arrest genoemd:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d979891f3c1a86f9bc3ab23dbeaf8b53632c6b24594f072012522d239d014779. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d979891f3c1a86f9bc3ab23dbeaf8b53632c6b24594f072012522d239d014779, en de alinea staat in dat document op bytes 11164 tot 12352.