Citaat | Rechtbank Amsterdam 19 juni 2007

Alinea 49 Rechtbank Amsterdam 19 juni 2007

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 19 juni 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA8533.

2.3.1 De rechtbank ziet in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen aanleiding om het oordeel van de ABRS niet te volgen. Anders dan eiser heeft betoogd heeft de rechtbank uit de wetsgeschiedenis bij artikel 19d van de Wav niet kunnen afleiden dat de wetgever niet heeft beoogd om de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid gelijk te stellen met een rechtspersoon, maar juist met een natuurlijke persoon. Eisers stelling dat de gewraakte gelijkstelling niet door de beugel kan omdat in het strafrecht die gelijkstelling niet plaats vindt, brengt de rechtbank evenmin tot de conclusie dat zij het oordeel van de ABRS niet zou dienen te volgen. Ingevolge artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht (WvSr) kunnen strafbare feiten worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen en wordt met de rechtspersoon (onder meer) gelijkgesteld de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid. Ingevolge artikel 23, zevende lid, van het WvSr kan bij veroordeling van een rechtspersoon, indien de voor het feit bepaalde boetecategorie geen passende bestraffing toelaat, een geldboete worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag van de naast hogere categorie. Ingevolge het achtste lid van dit artikel is het zevende lid van overeenkomstige toepassing bij veroordeling van (onder meer) een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid. De gelijkstelling die eiser wraakt is aldus ook in het strafrecht in wettelijke bepalingen neergelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6859852e8f9fdafe044d1f10d2c47e1847b9c4218dcab1a39f799dd8a4337033. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6859852e8f9fdafe044d1f10d2c47e1847b9c4218dcab1a39f799dd8a4337033, en de alinea staat in dat document op bytes 17587 tot 19022.