Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 november 2007
Alinea 30 Rechtbank Amsterdam 29 november 2007
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 november 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BB9065.
De op 11 oktober 2007 ter terechtzitting door [persoon6] afgelegde verklaring komt erop neer dat hij ter assistentie naar de [adres] is gegaan waar hij de zolderkamers van de studentes heeft gezien en werd bijgepraat door [persoon3]. Volgens [persoon6] heeft [persoon3] op dat moment tegen hem gezegd dat hij zonder machtiging in de [adres2] was binnengetreden en daaraan toegevoegd de woorden: “stom van me, had ik niet moeten doen”. Desgevraagd zou [persoon3] vervolgens tegen [persoon6] gezegd hebben dat inmiddels contact was opgenomen met het bureau en dat er een machtiging zou worden verstrekt. Op genoemde datum is [persoon6] twee keer gehoord en hij is vanaf het begin zeer stellig en consequent geweest in zijn afgelegde verklaring. Ter terechtzitting van 15 november 2007 heeft [persoon6] zijn verklaring nog eens zonder enig voorbehoud herhaald.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4ee6ade92bf604ce366611f4a3beecfa938f74e6c34606c7249bb812fa926ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4ee6ade92bf604ce366611f4a3beecfa938f74e6c34606c7249bb812fa926ad, en de alinea staat in dat document op bytes 14306 tot 15180.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c4ee6ade92bf604ce366611f4a3beecfa938f74e6c34606c7249bb812fa926ad | shasum -a 256