Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 november 2007
Alinea 37 Rechtbank Amsterdam 29 november 2007
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 november 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BB9065.
Deze laatste twee verklaringen stemmen overeen met de feitelijke gang van zaken zoals die – uiteindelijk – mede op basis van de verklaringen van [persoon1], [persoon2], [persoon6] en [persoon3] kan worden vastgesteld, namelijk dat na het verkrijgen van een machtiging is binnengetreden, [persoon3] de computer heeft aangezet en men heeft geconstateerd dat er daadwerkelijk beelden uit het studentenhuis opstonden en dat [persoon5] en/of [persoon6] contact hebben/heeft gehad met [persoon4] waarna de situatie is bevroren. Vervolgens is men naar buiten gegaan en heeft men daar geruime tijd gewacht op de eventuele komst van een rechter-commissaris. Nadat uiteindelijk bleek dat dit niet nodig was, is men wederom de [adres2] binnengegaan, wat verklaart dat alle verbalisanten, in meer of minder stellige bewoordingen, hebben verklaard dat de woning meerdere keren is betreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4ee6ade92bf604ce366611f4a3beecfa938f74e6c34606c7249bb812fa926ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4ee6ade92bf604ce366611f4a3beecfa938f74e6c34606c7249bb812fa926ad, en de alinea staat in dat document op bytes 19135 tot 20029.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c4ee6ade92bf604ce366611f4a3beecfa938f74e6c34606c7249bb812fa926ad | shasum -a 256