Citaat | Rechtbank Amsterdam 22 november 2007
Alinea 38 Rechtbank Amsterdam 22 november 2007
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 22 november 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BC0645.
Voor toepassing van artikel 47 AWR is niet vereist dat de inspecteur bewijst dat zijn vermoeden dat bepaalde informatie door de belastingplichtige niet is verstrekt, gegrond is. Hiervoor is wel vereist dat er een gerechtvaardigde aanleiding bestaat voor het opvragen van gegevens. Hieraan is reeds voldaan doordat [gedaagde] zelf in zijn verklaring van 11 maart 2007 heeft geschreven dat hij een buitenlandse bankrekening heeft sinds 1989. Bovendien heeft een gedeelte van de gegevens uit het onderzoek betrekking op [gedaagde] en levert het in combinatie met de overige fiscale gegevens over [gedaagde] grond op voor het vermoeden van buitenlandse bestanddelen van [gedaagde]. Daarnaast is voor de toepassing van artikel 47 AWR vereist dat de gegevens van belang kunnen zijn voor de belastingheffing ten aanzien van [gedaagde], waaraan in dit geval is voldaan. In de derde plaats dienen de gegevens ertoe te strekken de feiten vast te stellen die van belang zijn voor de heffing, waaraan in dit geval eveneens is voldaan. Ten slotte is voldoende aangeduid op welke gegevens het verzoek van de inspecteur betrekking heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a14032f327a6673782a706e4fdba37c0548f0b07a7b2e922697df1bdbfcd25f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a14032f327a6673782a706e4fdba37c0548f0b07a7b2e922697df1bdbfcd25f2, en de alinea staat in dat document op bytes 10648 tot 11784.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a14032f327a6673782a706e4fdba37c0548f0b07a7b2e922697df1bdbfcd25f2 | shasum -a 256