Citaat | Rechtbank Amsterdam 21 december 2007

Alinea 22 Rechtbank Amsterdam 21 december 2007

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 21 december 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BC1037.

Door de raadsman van de verdachte is betoogd dat de verdachte van het hem onder 1 telastegelegde moet worden vrijgesproken omdat het wettig en overtuigend bewijs daarvoor ontbreekt. Weliswaar heeft de verdachte [slachtoffer 1] ertoe overgehaald om in de prostitutie te gaan werken, maar, aldus de raadsman, niet kan worden bewezen dat de verdachte zulks met het oogmerk van uitbuiting heeft gedaan. Evenmin kan worden bewezenverklaard dat [slachtoffer 1] het leeuwendeel van haar inkomsten aan de verdachte heeft afgedragen. De raadsman heeft daartoe betoogd dat de verklaringen van [slachtoffer 1] zoals die in eerste instantie bij de politie en bij de rechter-commissaris zijn afgelegd, en waarin zij de verdachte in dit opzicht belast, ongeloofwaardig zijn in het licht van haar latere verklaring bij de politie en ter terechtzitting van de rechtbank. In die verklaringen heeft [slachtoffer 1] aangegeven dat haar eerdere verklaringen onjuist zijn omdat zij toen wraak wilde nemen op de verdachte vanwege zijn ontrouw aan haar. Zij heeft voorts verklaard dat zij daarom het eerder door haar genoemde bedrag dat zij in de prostitutie zou hebben verdiend, schromelijk heeft overdreven, alsmede dat ook niet klopt dat zij dat gehele geldbedrag aan de verdachte zou hebben afgedragen, maar juist zelf een belangrijk deel daarvan heeft gespaard en ook nu nog in bezit heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0632b9fb2e169ce9999bb7fe8062a55cd5a96a1cb28b2c3448f1d28dd7fc1db9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0632b9fb2e169ce9999bb7fe8062a55cd5a96a1cb28b2c3448f1d28dd7fc1db9, en de alinea staat in dat document op bytes 7191 tot 8577.