Citaat | Rechtbank Amsterdam 10 oktober 2007

Alinea 67 Rechtbank Amsterdam 10 oktober 2007

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 10 oktober 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BC7188.

4.7. Het voorgaande leidt verder tot de conclusie dat [A] (dan wel zijn voorganger) bij de ingebruikneming van de percelen A en B deze is gaan houden in het kader van een (stilzwijgend tot stand gekomen) gebruiksovereenkomst met de Gemeente. Aangezien [A] zich ten opzichte van de Gemeente eerst bij brief van 25 april 2006 (indirect) op het bepaalde in artikel 3:105 BW heeft beroepen, is in ieder geval tot dit moment geen sprake van de verjaring van de revindicatie van de Gemeente op grond van artikel 3:306 BW. Nu nadien de verjaringstermijn niet is voltooid, is een beroep op eigendom, verkregen langs de weg van artikel 3:105 BW, niet aan de orde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/698e567648b0f7d6f9ce286441bf660e75c2d54a810488fb37a097ddbe9b3743. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 698e567648b0f7d6f9ce286441bf660e75c2d54a810488fb37a097ddbe9b3743, en de alinea staat in dat document op bytes 22348 tot 23016.