Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 november 2007

Alinea 48 Rechtbank Amsterdam 29 november 2007

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 november 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BD1911.

Van handelen in strijd met de wet of een verdrag is geen sprake. De vraag is vervolgens of de officier van justitie in strijd met enig beginsel van goede procesorde handelt door verdachte te vervolgen voor overtreding van artikel 197 van het WvSr. Daarvan is vooralsnog evenmin sprake. In de voorliggende zaak gaat het immers om een door een overheidsorgaan genomen besluit, van de rechtmatigheid waarvan de officier van justitie in beginsel uit mag gaan. De vervolging die door de officier van justitie wordt ingesteld, is voorts gebaseerd op een rechtsgeldig wetsartikel uit het wetboek van strafrecht. De omstandigheid dat de ongewenstverklaring op grond van het arrest van 7 juni 2007 van het HvJ EG (evident) op onjuiste gronden door de minister, is genomen, betreft een omstandigheid die aan de orde dient te komen bij de beoordeling in het kader van artikel 350 van het WvSv. De ontvankelijkheid van de officier van justitie wordt daardoor in het onderhavige geval thans nog niet geraakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccd255f5da57bf2df27e5cb0ae8ec19f2918eb7c8b21dcc0b115f52a29556fa6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccd255f5da57bf2df27e5cb0ae8ec19f2918eb7c8b21dcc0b115f52a29556fa6, en de alinea staat in dat document op bytes 18394 tot 19403.