Citaat | Rechtbank Amsterdam 12 juli 2007

Alinea 45 Rechtbank Amsterdam 12 juli 2007

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 12 juli 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BF5122.

De rechtbank overweegt dat, gelet op het bepaalde in artikel 307, eerste lid, van de Faillissementswet, verweerder zich in de nieuwe beslissing op bezwaar mede expliciet en gemotiveerd zal dienen uit te laten over de vraag wanneer de vordering van eiseres op verweerder is ontstaan en wanneer de vorderingen van verweerder op eiseres zijn ontstaan. Ten aanzien van de vorderingen van verweerder op eiseres zal verweerder ten aanzien van het ontstaan daarvan een onderscheid dienen te maken tussen de verrekening van de voorschotten en de verrekening van andere openstaande vorderingen. De terugvordering van voorschotten kent, gelet op het bepaalde in artikel 58, eerste lid, aanhef en onder d van de WWB en het bepaalde in artikel 74 in verbinding met artikel 25 van de Abw immers een apart wettelijk regime.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2f6fae503de3174d7f0a80d3fc2214b2caab988b5f1f9e5453a45a071446c94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2f6fae503de3174d7f0a80d3fc2214b2caab988b5f1f9e5453a45a071446c94, en de alinea staat in dat document op bytes 12705 tot 13530.