Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 november 2007
Alinea 19 Rechtbank Amsterdam 29 november 2007
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 november 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BF8828.
De bepalingen van het gemeenschapsrecht leiden er toe - en dat was ook zo ten tijde van de ongewenstverklaring van verdachte - dat een onderdaan van een andere lidstaat slechts ongewenst mag worden verklaard indien het persoonlijk gedrag van betrokkene een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt. Dit gemeenschapsrechtelijke criterium is aanzienlijk strenger dan de algemene regels uit het vreemdelingenrecht ten aanzien van ongewenstverklaringen. Deze gemeenschapsbepalingen zijn neergelegd in richtlijn 2004/38 (zie met name artikel 27), welke richtlijn door de lidstaten vóór 30 april 2006 in hun nationale rechtstelsel diende te worden geïmplementeerd. Voordien golden deze regels op grond van richtlijn 64/221 (zie met name artikel 3), zoals deze door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: HvJ EG) werd geïnterpreteerd (zie onder andere HvJ EG 27 oktober 1977, zaak 30/77, Bouchereau).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44ece2f42302535962044e248ad1dd436b78f131719b6a7d3e1e9f0991c7f4f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44ece2f42302535962044e248ad1dd436b78f131719b6a7d3e1e9f0991c7f4f5, en de alinea staat in dat document op bytes 6643 tot 7641.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/44ece2f42302535962044e248ad1dd436b78f131719b6a7d3e1e9f0991c7f4f5 | shasum -a 256