Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 november 2007

Alinea 25 Rechtbank Amsterdam 29 november 2007

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 november 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BF8828.

De ter zitting aanwezige deskundigen hebben met betrekking tot het bestuursrechtelijke traject het volgende naar voren gebracht. Verdachte had tegen de beschikking tot ongewenstverklaring binnen de in de wet gestelde termijnen bezwaar en beroep kunnen aantekenen. In dat kader had hij zich kunnen beroepen op richtlijn 64/221 aangezien deze rechtstreekse werking had. Verdachte heeft dit echter nagelaten en de beschikking is daardoor onherroepelijk geworden. Verdachte kan - nu blijkens eerdergenoemd arrest van het HvJ EG van 7 juni 2007 bij de ongewenstverklaring van verdachte ten onrechte niet de criteria van het gemeenschapsrecht zijn toegepast - verzoeken om herziening. De deskundigen hebben tevens verklaard dat er voor de IND geen aanleiding is om, anders dan bij bezwaar, beroep of bij een verzoek tot herziening van de ongewenstverklaring, te bezien of een besluit tot ongewenstverklaring wel op de juiste gronden is genomen. Het is inherent aan het vreemdelingenrechtelijke systeem, en tevens niet in strijd met het gemeenschapsrecht, dat een vreemdeling/EU-burger zelf het initiatief tot bezwaar, beroep of herziening dient te nemen, aldus de deskundigen van de IND.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44ece2f42302535962044e248ad1dd436b78f131719b6a7d3e1e9f0991c7f4f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44ece2f42302535962044e248ad1dd436b78f131719b6a7d3e1e9f0991c7f4f5, en de alinea staat in dat document op bytes 10299 tot 11494.