Citaat | Rechtbank Amsterdam 12 maart 2008
Alinea 39 Rechtbank Amsterdam 12 maart 2008
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 12 maart 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BC8442.
“Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter zal (…) de rechter, aan wie in een eventuele bodemprocedure het geschil van partijen zou worden voorgelegd, met een zeer grote mate van waarschijnlijkheid tot de slotsom komen dat de arbeidsovereenkomst van partijen niet van rechtswege is geëindigd, maar dat daarvoor rechtsgeldige opzegging, dat wil zeggen met ontslagvergunning van het CWI, of ontbinding door de kantonrechter is vereist. Anders dan Infoscan kennelijk meent, ziet de bepaling van artikel 7:677, vierde lid BW nou juist op gevallen als de onderhavige. Onder rechtsgeldige opzegging in deze bepaling is niet bedoeld de (enkele) opzegging door de werknemer of de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, maar heel specifiek de rechtsgeldige opzegging – dus met toestemming van het CWI – door de werkgever. De bedoeling van de wetgever is geweest dat waar ontslagbescherming aan de werknemer wordt ontnomen – en dit is meestal door een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met wederzijds goedvinden te laten eindigen – deze ontslagbescherming aan het einde van de daaropvolgende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aan de werknemer wordt teruggegeven.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fbeee6c1f16c319234d7155cb07092a32c680c86c8b3b25df90bf51c4326e4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fbeee6c1f16c319234d7155cb07092a32c680c86c8b3b25df90bf51c4326e4d, en de alinea staat in dat document op bytes 9716 tot 10943.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3fbeee6c1f16c319234d7155cb07092a32c680c86c8b3b25df90bf51c4326e4d | shasum -a 256