Citaat | Rechtbank Amsterdam 2 april 2008
Alinea 166 Rechtbank Amsterdam 2 april 2008
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 2 april 2008, ECLI:NL:RBAMS:2008:BC9315.
5.4. Alvorens vervolgens kan worden beoordeeld of een van partijen ten opzichte van de ander over een substantieel betere bewijspositie beschikt die noopt tot ingrijpen door de rechter, zal eerst duidelijk moeten zijn welke de in het kader van de procedure te bewijzen relevante feiten zijn. Daartoe moet worden vastgesteld of en in hoeverre de door eiser aan zijn vordering ten grondslag gelegde feiten door gedaagde worden betwist. Anders dan KPN-Qwest c.s. betogen, is daarvoor niet noodzakelijk dat zij om hun betwisting te kunnen onderbouwen de beschikking moeten hebben over alle bij Cargill en Citibank bekende Exhibitiegegevens. Het is voor KPN-Qwest c.s. steeds zeer wel mogelijk alle, al dan niet met bewijsstukken onderbouwde gestelde feiten, zonodig bij gebrek aan wetenschap te betwisten en daarbij - zoals zij ook in het kader van dit incident hebbent gedaan - aan te geven waarom zij de nodige wetenschap ontberen. Uit de aldus tussen partijen gewisselde standpunten kan dan volgen welke de voor te nemen beslissingen relevante, eventueel nog te bewijzen feiten zijn. Eerst op basis daarvan kan worden beoordeeld of aanleiding bestaat een van partijen te bevelen haar stellingen nader te onderbouwen, nadere inlichtingen te verschaffen of op de zaak betrekking hebbende bescheiden over te leggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee766d49df461174e780b561aa9297071adc6da455e3f65bd99b15f1c5aea880. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee766d49df461174e780b561aa9297071adc6da455e3f65bd99b15f1c5aea880, en de alinea staat in dat document op bytes 28544 tot 29869.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee766d49df461174e780b561aa9297071adc6da455e3f65bd99b15f1c5aea880 | shasum -a 256