Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 april 2009

Alinea 38 Rechtbank Amsterdam 29 april 2009

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 april 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BI3446.

Ten tijde van het uitspreken van het faillissement maakte de restantexecutieopbrengt geen deel meer uit van het vermogen van [persoon 1], zodat deze opbrengst buiten de faillissementsboedel valt. De restantexecutieopbrengst van de onroerende zaak vormt een afgescheiden vermogen, dat verdeeld moet worden onder de schuldeisers die tijdig, vóór de levering op 16 augustus 2006, daarop beslag hadden gelegd. Dit volgt uit het wettelijk systeem van het beslag- en executierecht en de daarop gebaseerde jurisprudentie en literatuur. De omstandigheid dat de verdeling van de restantexecutieopbrengst nog niet was afgerond en de omstandigheid dat de Ontvanger pas na faillissementsdatum om een rangregeling heeft verzocht, doen hier niet aan af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d06daa4ef6e938343ab0a0419fbc83419ee3f272f20ffb37f677a9ffa196c6df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d06daa4ef6e938343ab0a0419fbc83419ee3f272f20ffb37f677a9ffa196c6df, en de alinea staat in dat document op bytes 10269 tot 11024.