Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 april 2009

Alinea 46 Rechtbank Amsterdam 29 april 2009

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 april 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BI3446.

Vaststaat dat ten tijde van het faillissement van [persoon 1] de gerechtelijke tenuitvoerlegging ten opzichte van de hypotheekhouder was geëindigd. De onroerende zaak was geleverd en de koopsom was voldaan in handen van de notaris, die conform artikel 3:270 lid 3 aan de hypotheekhouder het haar toekomende had uitgekeerd. Aangezien de beslagleggers geen overeenstemming hadden bereikt over de verdeling van het restant van de executieopbrengst, had de notaris dit restant nog niet uitgekeerd en bevond dit zich derhalve nog onder de notaris. In zoverre was de gerechtelijke tenuitvoerlegging ten opzichte van de beslagleggers nog niet geëindigd. In feite bevond de tenuitvoerlegging zich ten tijde van het faillissement in een tussenstadium: de beslagen waren immers door de executoriale verkoop van de onroerende zaak komen te vervallen, maar de beslagleggers hadden het aan hen toekomende nog niet uitgekeerd gekregen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d06daa4ef6e938343ab0a0419fbc83419ee3f272f20ffb37f677a9ffa196c6df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d06daa4ef6e938343ab0a0419fbc83419ee3f272f20ffb37f677a9ffa196c6df, en de alinea staat in dat document op bytes 13177 tot 14114.