Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 april 2009

Alinea 51 Rechtbank Amsterdam 29 april 2009

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 april 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BI3446.

Zij krijgen dit recht onder de opschortende voorwaarde dat uit een in artikel 3:271 lid 2 BW bedoelde authentieke akte dan wel uit de door de rechter-commissaris gedeponeerde staat van verdeling dan wel in geval van tegenspraak uit een onherroepelijke rechterlijke uitspraak zal blijken, dat zij gerechtigd zijn tot dit aandeel in de executieopbrengst. Indien een faillissement intreedt vóórdat deze vaststelling van de vordering heeft kunnen plaatsvinden, is de opschortende voorwaarde niet vervuld en zijn de voorwaardelijke rechten van de beslagleggers op toedeling van (een deel van) de restantexecutieopbrengst komen te vervallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d06daa4ef6e938343ab0a0419fbc83419ee3f272f20ffb37f677a9ffa196c6df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d06daa4ef6e938343ab0a0419fbc83419ee3f272f20ffb37f677a9ffa196c6df, en de alinea staat in dat document op bytes 17015 tot 17666.