Citaat | Rechtbank Amsterdam 29 april 2009

Alinea 54 Rechtbank Amsterdam 29 april 2009

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 29 april 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BI3446.

4.7. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat ten tijde van het faillissement van [persoon 1] de gerechtelijke tenuitvoerlegging op de onroerende zaak nog niet was voltooid en de restantexecutieopbrengst nog deel uitmaakte van het vermogen van [persoon 1]. Dit brengt mee dat de restantexecutieopbrengst in de boedel valt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d06daa4ef6e938343ab0a0419fbc83419ee3f272f20ffb37f677a9ffa196c6df. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d06daa4ef6e938343ab0a0419fbc83419ee3f272f20ffb37f677a9ffa196c6df, en de alinea staat in dat document op bytes 18945 tot 19281.