Citaat | Rechtbank Amsterdam 24 april 2009

Alinea 39 Rechtbank Amsterdam 24 april 2009

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 24 april 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ0779.

De raadsman heeft aangevoerd dat in Nederland een strafrechtelijke vervolging loopt ten aanzien van dezelfde feiten als waarvoor de overlevering van de opgeëiste persoon wordt verzocht. Nog voor een EAB was uitgevaardigd zijn een aantal opsporingshandelingen verricht en zijn dwangmiddelen gebaseerd op het Wetboek van Strafvordering toegepast. De opgeëiste persoon is met toestemming van de Maastrichtse officier van justitie buiten heterdaad op grond van artikel 54 Wetboek van Strafvordering aangehouden. Een signalering in SIS is nooit uitgegaan, terwijl het Belgische ‘internationaal bevel tot aanhouding bij verstek’ en het EAB dateren van na de aanhouding. De opgeëiste persoon is voorgeleid aan de hulpofficier van justitie en vervolgens in verzekering gesteld op grond van artikel 57 Wetboek van Strafvordering. De opgeëiste persoon had gezien deze gang van zaken alle reden om er vanuit te gaan dat er in Nederland een strafvervolging tegen hem was gestart. Pas nadat het EAB was uitgevaardigd is de opgeëiste persoon in vrijheid gesteld en onmiddellijk daarna opnieuw aangehouden op basis van de OLW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5ec2e2ff4045632073f6b8acc33a53d68a1900cf814a86b4db2ac414278c63d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5ec2e2ff4045632073f6b8acc33a53d68a1900cf814a86b4db2ac414278c63d, en de alinea staat in dat document op bytes 9813 tot 10947.