Citaat | Rechtbank Amsterdam 24 april 2009
Alinea 47 Rechtbank Amsterdam 24 april 2009
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 24 april 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ0779.
De aanhouding van de opgeëiste persoon en de daarop volgende inverzekeringstelling op grond van het Wetboek van Strafvordering kunnen niet als zodanig worden aangeduid. Hierbij is mede van belang dat uit het geheel van feiten en omstandigheden blijkt dat het nimmer de bedoeling is geweest van de Nederlandse autoriteiten om de opgeëiste persoon in Nederland voor deze feiten te vervolgen. Nu de opgeëiste persoon in Nederland niet wordt vervolgd voor dezelfde feiten als waarvoor de overlevering is verzocht, is er geen strijd met artikel 9 van de OLW, dan wel de artikelen 54 SUO en 68 Wetboek van Strafrecht. Van een opdracht van de minister van justitie tot staking van de vervolging kan dan ook geen sprake zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5ec2e2ff4045632073f6b8acc33a53d68a1900cf814a86b4db2ac414278c63d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5ec2e2ff4045632073f6b8acc33a53d68a1900cf814a86b4db2ac414278c63d, en de alinea staat in dat document op bytes 12843 tot 13577.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a5ec2e2ff4045632073f6b8acc33a53d68a1900cf814a86b4db2ac414278c63d | shasum -a 256