Citaat | Rechtbank Amsterdam 15 juli 2009

Alinea 69 Rechtbank Amsterdam 15 juli 2009

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 15 juli 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BJ3330.

3.1. De kantonrechter gaat er bij de beoordeling vanuit dat [gedaagde] niet heeft bedoeld een vordering tegen Varde in te stellen. Door Varde is bij repliek (onder meer) gesteld dat een eventuele vordering als mogelijk geformuleerd bij antwoord jegens haar niet toewijsbaar zal zijn, nu zij geen partij bij de effectenlease-overeenkomsten of bij de vaststellings-overeenkomsten is. [gedaagde] is hierop bij dupliek niet meer op terug gekomen. Hetgeen [gedaagde] in dit kader heeft gesteld zal worden beschouwd en behandeld als zijnde een verweer tegen de vordering van Varde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efd3fea38539861dbfecb657d69b5505219604ff0407987f3f851b6f9361b635. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efd3fea38539861dbfecb657d69b5505219604ff0407987f3f851b6f9361b635, en de alinea staat in dat document op bytes 14505 tot 15095.